De huidige bezuinigingen zorgen ervoor dat veel gezelschappen dit jaar de financiële middelen niet hebben om de kosten te dekken van een nieuwe productie. Het produceren brengt veel kosten met zich mee, zoals het repeteren, het huren van een repetitieruimte, het creëren zelf, marketingkosten en verkoop. De kosten van een reprise zijn lager dan een nieuwe productie neerzetten, daardoor zijn het aantal reprises dit jaar gestegen. Deze verandering gaat tegen de eisen van veel fondsen in, waar vaak het belang van nieuwe producties voorop werd gesteld. Dit kunnen veel gezelschappen zich echter niet meer veroorloven. Het kan dus een oplossing bieden om minder te produceren en ‘oude’ stukken vaker te spelen. Hierdoor blijft er genoeg cultureel aanbod, zonder dat de gezelschappen de kosten niet kunnen dekken (Brocken, M., 2024).
De Jakop Ahlbom Company ging in 2024 in reprise met het succesvolle theaterstuk Horror. Het stuk uit 2014 werd opnieuw uitgevoerd in een anniversary tour (Jakop Ahlbom Company,n.d.). Het prijswinnende stuk Prima Facie ging ook eind 2024 in reprise (Theater.nl, 2024). Van danstheater AYA gaat de kindervoorstelling Yanasei in 2025 ook in reprise. In 2025 gaan maarliefst twee voorstellingen van gezelschap de Dansers in reprise; Binnenbeest en Een kleine anatomie (Frontaal, 2024). Van dansgezelschap Dadodans gaat Kleur+ in reprise, na het aflassen van een andere voorstelling in verband met het verliezen van meerjarige subsidie (van Gelder, 2024).
Wat opvalt aan gezelschappen die voorstellingen maken voor jong publiek is dat er aanzienlijk meer reprises zijn. Een verklaring hiervoor kan zijn dat hun publiek zich telkens vernieuwt. In mijn ogen zijn reprises niet per se goed of slecht. Ze zorgen ervoor dat er nog voorstellingen verkocht kunnen worden, er een cultureel aanbod is en bieden werk aan artiesten. Daarnaast biedt het een vorm van stabiliteit aan gezelschappen. Hiertegenover staat dat er minder ruimte is voor vernieuwing en vooral gezelschappen met een kleine achterban alsnog een manier moeten vinden om hun vaste publiek niet te laten vervelen.
